U bevindt zich hier: Startpagina // Nieuws en activiteiten

Radio Kootwijk

Klik op foto voor leesbare versie

Gedicht Radio Kootwijk van Laurens geplaatst in Gebouw A van Radio Kootwijk

In het hoofdgebouw van RADIO KOOTWIJK (Gebouw A) is het gedicht geplaatst van Laurens Hoevenaren op een groot bord van 2 bij 1 meter. Elke bezoeker kan het gedicht lezen.

BOUW ZENDERPARK

In 1917 stond er al een zend-/ontvangstation voor draadloze telegrafie op de langegolf op de hoogvlakte Malabar nabij Bandoeng op het Nederlands-Indische eiland Java, voor contact met het moederland. Er moest ook nog een tegenhanger in Nederland worden gebouwd. Na bestudering van verschillende locaties viel de keuze op een stuk Veluwe, een dunbevolkte landstreek. In de beginjaren werd de zender nog "Radio Hoog Buurlo" genoemd, naar het meest nabijgelegen gehucht. Ook werd zowel voor het dorp bij de zender als voor de zender zelf de naam "Radio Assel" gebruikt, eveneens naar een dichtbijgelegen plaats.

Bouw van Gebouw A in 1922

Het stuk bos en heide van in totaal 450 hectare groot, aangekocht van Staatsbosbeheer, was in 1917 nog geheel ongeëxploiteerd. Er liep nog geen directe wegverbinding, wat de exploitanten er eind 1918 toe bewoog een smalspoor aan te laten leggen naar halte Assel aan de Oosterspoorweg, waardoor voor de aanvoer van bouwmateriaal verbinding was met de rest van Nederland. Het terrein werd geëgaliseerd, wat inhield dat alle begroeiing werd verwijderd om zo een ongestoorde 'zendcirkel' te kunnen hebben. Toen het goederenvervoer intensiever werd, werd ook een (normaal) spoor aangelegd naar Station Kootwijk, eveneens aan de Oosterspoorweg. Dit spoor bleef tot 1947 bestaan. Tegenwoordig is het tracé van deze spoorlijn een geasfalteerd pad: het westelijke deel van de Radioweg.

Er werd een grote antenne gebouwd, bestaande uit koperen kabels die met elkaar verbonden waren en die hingen aan zes 212 meter hoge masten, en koperen kabels onder de grond. In het hart van dit systeem werd een radiostation gebouwd. Dit werd ondergebracht in een gebouw van gewapend beton, ontworpen door de Amsterdamse architect Julius Luthmann (1890-1973). De architect heeft zich voor het ontwerp van het hoofdgebouw, Gebouw A, laten inspireren door een sfinx. De vorm van een sfinx is erin te herkennen; vanwege de vorm en grootte wordt het gebouw soms ook 'de kathedraal' genoemd.

Gebruik zender

In 1923 begon de P&T, voorloper van de P.T.T., met draadloze transoceanische telegrafie via de lange golf. De machinezender van het Duitse bedrijf Telefunken werd "Lange Gerrit" genoemd. Deze naam was afgeleid van de laatste letter van de internationale roepcode van de zender (PCG) en de extreem lange golflengte die werd gehanteerd (17,85 kilometer). Lang heeft het zenden op basis van de lange golf echter niet geduurd: zo'n twee jaar. Op 28 februari 1928 was een radiotelefonische verbinding tot stand gebracht, waarbij men gebruikmaakte van de korte golf. Hiervoor werden drie nieuwe gebouwtjes opgericht voor de veel kleinere kortegolfzenders, op de Hoog Buurlose heide, ongeveer 1½ km ten zuidoosten van de oude zender. Op 7 januari 1929 werd op het hoofdkantoor van de toenmalige P&T in Den Haag de radiotelefoondienst officieel geopend voor het publiek door koningin-moeder Emma (niet door koningin Wilhelmina, zoals vaak wordt gedacht).
Na deze gebeurtenis werden de woorden "Hallo Bandoeng, hier Den Haag" legendarisch. Nu kon het Nederlandse publiek met Nederlands-Indië bellen. Zo'n gesprek was een hele gebeurtenis. Men moest ervoor naar een zogeheten Indië-cel in een telegraafkantoor in een van de vier grootste steden van Nederland komen en kon dan voor 33 gulden, wat toen een heel vermogen was, een gesprek van minimaal drie minuten voeren, elf gulden voor iedere extra minuut. In september 1935 werd een 'versterkte' omroepzender in gebruik genomen voor landelijk gebruik, met een golflengte van 1875 meter en een vermogen van 120 kilowatt.

In de Tweede Wereldoorlog werd de langegolf-machinezender door de Duitse bezetter gebruikt voor eenrichtingsverkeer met de onderzeeboten van de Kriegsmarine in de Atlantische Oceaan. Ook plaatste de Wehrmacht luchtafweergeschut op de gebouwen en breidden ze P.T.T.-gebouwen uit, onder andere met schuilkelders. Op 6 en 7 april 1945, toen Canadese bevrijdingstroepen in aantocht waren, werden de zendmasten opgeblazen. Ook hadden de Duitsers alle zendapparatuur vernield, voor zover die er nog stond (delen van de installaties waren meegenomen naar Duitsland). Ze probeerden tevens gebouw A in één klap te vernielen, door er een mast overheen te laten vallen.[2] Het gebouw van gewapend beton liep echter geen schade op. Na de bevrijding moest de PTT met nieuwe apparatuur en masten beginnen. Echter, in de Sovjet-bezettingszone in Duitsland werd de gehele geroofde zenderinstallatie teruggevonden. Veertien wagons brachten in april 1947 het materieel terug op het zendstation.[3]

Door de ontwikkeling van nieuwe telecommunicatietechnieken zoals satellietverbindingen verloor Radio Kootwijk in de loop van de 20e eeuw zijn positie als belangrijk radioverbindingspunt. Op 14 oktober 1966 werd de noordelijke van de twee overgebleven zendmasten met explosieven neergehaald.

Bron: Wikipedia


Voor verdere informatie: klik hier

Foto's van: destentor, donnyderijke, geheugenvannederland, dieselpunks en dickblogt.

Voor meer informatie