U bevindt zich hier: Startpagina // Nieuws en activiteiten

Juryrapport PoŽziewedstrijd Dichter op Hofwijck

JURYRAPPORT

Het gedicht "Karel had een hoestje" begint onschuldig. De eerste strofe beschrijft een sjieke familie die het "geweldig voor elkaar" had: een villa, drie kinderen, een hond en dik tapijt met familiewapen. Vervolgens wordt de lezer per strofe deelgenoot van een zich voltrekkend drama. Dit drama wordt niet van a tot z verteld, maar via miniatuurtjes, korte beschrijvingen van momenten in het verhaal met veel directe rede.

De dichter geeft korte impressies van het verloop. De eerste geeft aan dat Karel niet naar school kan. Hij heeft kennelijk griep en blijft in bed met Bobbie de hond naast hem. De volgende impressie laat zien dat Karel niet beter wordt. De dokter komt er zelfs bij. Die kan helaas weinig doen. Zijn advies en pillen helpen niet. Karel wordt niet beter en heeft koorts, zijn stem klinkt zacht. De hond Bobbie "zijn beste vriend" ligt naast hem. Dit wordt een treurige geschiedenis.

In de volgende fase zijn we in het ziekenhuis: tekeningen van de klas, ballonnen en een cliniclown van wiens vieze adem Karel braken moet. De ziekte van Karel valt mee, zegt een vrouw met bruine ogen: een allergie voor huismijt en hondenhaar. De ziektegeschiedenis zou in de volgende scène - tegen de verwachting in - een happy end kunt krijgen. Dat wordt door de "bruine ogen" van de vrouw die de positieve uitslag komt brengen ook gesuggereerd. (Bobbie de hond moet ook zulke ogen hebben gehad.) Maar niets is minder waar; er volgt een slotstrofe die het drama een onverwachte wending geeft. Kareltje wordt in een internaat geplaatst met een foto van de hond. Volgens zijn moeder hij "te ziek om thuis te blijven".

Deze leugen van de moeder die alles zo goed voor elkaar heeft in haar sjieke huis met dat dikke tapijt, komt hard aan. Voor haar zoontje wil ze kennelijk dit tapijt niet verruilen voor laminaat en ze wil ook vast niet tweemaal daags de vloeren boenen. Ze laat liever haar kind dan haar hond gaan.

Met dit gedicht plaats de dichter zich in de traditie van de levensliederen van zangers als Louis Davids waarin de sentimenten uit de onderklasse van de maatschappij weergaloos worden bezongen, bijvoorbeeld in "Het hondje van Dirkie".

Het verrassende van "Karel had een hoestje" zit hem er juist in dat de liefde van Kareltje voor het hondje Bobbie in een sjieke villa hemzelf fataal wordt. En daarmee wordt dit gedicht onverwacht kritisch op mensen die "het geweldig voor elkaar" hadden.

In dit gedicht is sprake van galgenhumor, letterlijk ook ‘sick humour’, met cliniclown en al.De dichter van “Karel had een hoestje” speelt met eenvoudige middelen in een mooi parlando, een geraffineerd spel met de verwachting van de lezer.
De elkaar opvolgendescènes brengen de lezer naar een onverwacht slot. Pas aan het einde blijkt het dikke tapijtmet de familiewapens uit de eerste strofe te contrasteren met het laminaat uit devoorlaatste.

Ad Leerintveld
Voorzitter van de juryHuygens’ Hofwijck, 26 januari 2017